Duurzame renovatie van de EWI-hoogbouw: toekomstbestendig icoon

De markante hoogbouw van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) is een gebouw met vele verhalen. Het meeste recente hoofdstuk gaat over de duurzame renovatie. Lees meer over de circulaire aanpak, hoe het gebouw minder energie gebruikt én de komende 30 jaar weer kan functioneren als modern faculteitsgebouw.

Gebruiksgemak, corrosie en duurzaamheid

De EWI-hoogbouw dateert van 1969. Sindsdien is het ranke faculteitsgebouw een icoon van de TU Delft, met haar functionalistische stijl, herkenbare blauwrode flanken en imposant geveloppervlak. Het gebouw was aan een grondige opknapbeurt toe. Drie belangrijke redenen vormden de aanleiding. Ten eerste het gebruiksgemak. Door de ontwikkelingen in kantoorgebruik stond de functionaliteit van het gebouw onder druk. De hoogbouw heeft een oorspronkelijk vloerplan met louter kamers van 25 m2 aan een lange en donkere gang met aan weerszijden deuren. Destijds was dat een gangbare indeling, maar vandaag de dag niet meer. In vakjargon heeft het gebouw een negatieve bruto-netto verhouding, dat wil zeggen dat relatief weinig oppervlakte nuttig gebruikt kan worden. Ten tweede was corrosie geconstateerd in de stalen constructie die uit het betonnen skelet steekt en de gevel vasthoudt. Tot slot was het gebouw verre van energiezuinig, omdat duurzaamheid toentertijd geen ontwerpcriterium was.

De eerste zes etages
Wanden, vloeren en glas
Uitgedaagd op duurzaamheid
Wensen voor de toekomst

Renovatie versus nieuwbouw

Rond 2015 zijn verschillende campusgebouwen uit de jaren ’60 en ’70 bekeken op conditie en functionaliteit. Ook het EWI-gebouw. Met de afweging: kunnen we dit gebouw met de drie evidente gebreken renoveren, of is nieuwbouw een betere optie? Het laatste werd serieus overwogen. Maar de ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid zijn de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen, waardoor slopen steeds minder een geloofwaardige keuze werd. Zowel energiezuinigheid, als hoe je met (her)gebruik van materialen omgaat, werd maatschappelijk steeds belangrijker. De recent ontwikkelde ambitieuze campusstrategie met duurzaamheid als belangrijke pijler onderstreepte dit. Ook bleek na onderzoek dat de corrosievorming met een behandeling kan worden aangepakt. En met een nieuwe indeling zou het gebouw weer functioneel kunnen worden. De kansen voor een duurzame renovatie van het EWI-gebouw groeiden met de tijd en de ontwikkelingen.

Aan de slag met de eerste zes etages

Voor de renovatie werden allereerst zes leegstaande etages aangepakt. Deze kregen een geheel nieuwe indeling. Dus niet enkel kamers van 25 m2 zoals in de oorspronkelijke vorm, maar een functionelere en vriendelijkere indeling. Veel kamers zijn ondieper gemaakt. In het middengebied dat daardoor ontstond, zijn spreekkamers gerealiseerd. Hier kan een docent overleggen met een student of onderzoeker, zonder meteen een kamer van 25 m2 te bezetten. Door glaswanden heeft alles een open karakter gekregen. Voor een aantal kamers is de oorspronkelijke oppervlakte niet gewijzigd. Deze kunnen voor vergaderingen en onderzoek worden gebruikt. Verder zijn er kantoorruimtes van 18 m2 en van 16 m2.

De verbouwing van de onderste zes etages leverde kennis op over hoe je deze hoogbouw weer toekomstbestendig maakt. Voor de volgende etages deed adviesbureau Metabolic een onderzoek naar de manier waarop de renovatie duurzamer kon en welke circulaire kansen er lagen. Het bouw- en ontwerpteam van Campus Real Estate & Facility Management (CRE & FM) van TU Delft, sloopbedrijf Vlasman, aanneemcombinatie Van Dorp/Constructif en architect Annemieke Slaats hebben met de uitkomsten van het onderzoek bepaald welke materialen uit het gebouw zo veel mogelijk hergebruikt konden worden. Met Team Energie van CRE & FM is berekend hoe het gebouw energiezuiniger kon worden gemaakt. Vaste adviseurs Valstar Simonis en RHDHV hebben hierbij geholpen. Er bleek veel mogelijk.


Metselwerkwanden blijven behouden

Een goed voorbeeld daarvan zijn de metselwerkwanden die in de oude indeling de ruimtes van 25 m2 definieerden. Door de nieuwe indeling moesten alle wanden eruit, was de conclusie bij de renovatie van de onderste zes etages. Voor de volgende etages was de conclusie anders: we moeten wat met die metselwanden, dat kan duurzamer. In het middengedeelte van de verdiepingen zijn de metselwanden iets ingekort en afgezaagd, maar bleven voor het grootste gedeelte behouden. Aan de vleugels van de etages zijn de metselwerken wel weggehaald. Er zijn systeemwanden geplaatst, omdat het gebruik van het gebouw juist in die zones flexibel moet blijven. Als isolatie voor de nieuwe wanden zijn glaswoltegels gebruikt die eerder het systeemplafond vormden. Zo is dit materiaal niet onnodig op de vuilstort terecht gekomen en was nieuw isolatiemateriaal niet nodig.

Linoleum vloeren als bekleding van bankjes

Datzelfde geldt voor oude linoleum vloeren. 2.500 m2 linoleum is door de vloerenfabrikant Forbo zorgvuldig losgemaakt en teruggestuurd naar de fabriek, om er vervolgens na vermaling weer nieuw linoleum van te maken. Deze techniek om het oude linoleum zo schoon mogelijk te verwijderen is nog in ontwikkeling. Een deel van het vermalen linoleum , zo’n 500 m2, is door meubelproducent Cooloo gebruikt om stoffering te produceren voor de bankjes, die nu de open ruimtes op iedere verdieping sieren. In totaal is hiermee 7.750 kilo materiaal opnieuw ingezet. Dit staat gelijk aan een besparing van 10.000 kg CO2.

Zuinig met glas

De oude enkele beglazing van de binnengevel is zorgvuldig vervangen door dubbel glas (HR ++). Bij regulier vervangen blijven meestal kitranden en asbest aan het glas zitten, waardoor het glas niet kan worden omgesmolten tot nieuw glas en in de algemene vuilstort verdwijnt. In dit geval heeft de sloper voor zover mogelijk het glas zorgvuldig losgesneden, waardoor 16.000 kilo zuiver vlakglas overbleef om na omsmelting te hergebruiken.

Alle partners uitgedaagd op duurzaamheid

Alle betrokken aannemers, leveranciers en slopers zijn uitgedaagd om tijdens de renovatie goed mee te denken over de vraag hoe de renovatie van de hoogbouw duurzamer kon. Bij het glas, bij de vloeren, bij de metselwerkwanden. Vond de aannemer het voorafgaand aan de renovatie ingewikkeld om het metselwerk zo veel mogelijk te laten staan, later bleek het bedrijf blij met deze keuze, en bovendien blij verrast met wat er mogelijk bleek. De aannemer deed er zelfs nog een duurzaam schepje bovenop: het was zijn idee om de oude plafondplaten als isolatiemateriaal in de nieuwe tussenwanden te verwerken.

CO2-winst en energiebesparing

De grootste CO2-winst van de renovatie is behaald door het gebouw simpelweg te laten staan. Daarmee blijft 90% van de opgeslagen materiaalgebonden CO2 behouden, wat neerkomt op 2.900.000.000 kg CO2! De overige 10% van het materiaal zit in het ‘inbouwpakket’, dus in het interieur, de wanden, plafonds en de installaties. Daar is dus veel van behouden gebleven. In het dagelijks gebruik wordt met de gerenoveerde hoogbouw eveneens flink energie bespaard en dus CO2-uitstoot gereduceerd. Door het HR++ glas in de binnengevel bespaart de TU Delft naar schatting 62.000 euro aan stookkosten per jaar en wordt de CO2-uitstoot met 346.000 kg per jaar verminderd

Ideale balans tussen snelheid en duurzaamheid

De energietransitie gaat gepaard met vele dilemma’s. Zo is bijvoorbeeld de vraag - dat geldt zowel voor de EWI-hoogbouw als voor alle andere gebouwen op de campus - hoe je de meest optimale duurzaamheid behaalt. Een grote renovatieslag of nieuwbouw kost veel nieuw materiaal, vraagt om transport en de verwerking van gesloopte gebouwdelen. In hoeverre weegt de vermindering van het energieverbruik in een goed geïsoleerd gebouw op tegen de CO2-impact van grote bouwprojecten?

Een ander dilemma is snelheid versus duurzaamheid. Natuurlijk, met meer studies had de renovatie van de toren van EWI wellicht nóg ambitieuzer gekund. Maar grondigheid en snelheid vragen in zo’n traject om voorrang. Het gebouw is acht maanden buiten gebruik gesteld doordat uit het renovatieonderzoek bleek dat het niet voldeed aan de huidige eisen van brandveiligheid. Van die beschikbare tijd en luwte in het gebouw is optimaal gebruik gemaakt om het gebouw functioneel, duurzaam en dus toekomstbestendig te maken. De coronapandemie, hoe erg ook, bleek een gunstige omstandigheid, omdat gebruikers van het gebouw in die tijd sowieso thuis werkten.

Wensen voor de toekomst

Natuurlijk zijn er voor de toekomst nog wensen voor verdere verduurzaming. Zo wordt onderzocht wat te doen met de stalen buitengevel. Voor de isolatiewaarde van het gebouw zal het minder uitmaken, maar het is ook een optie om zonne-energie op te wekken via de gevel, die schittert in de zon. Dat is een logische optie, omdat binnen de faculteit EWI onder andere onderzoek wordt gedaan naar innovaties op dat gebied, om de efficiency en opbrengst van de cellen nog verder te verbeteren. Daarnaast staat het vervangen van de centrale installaties nog op de rol.

Verder worden nog een aantal ruimtelijke verbeteringen onderzocht, zoals een nieuwe entree aan het plein achter het gebouw voor toegang tot de onderwijsfaciliteiten, een verbetering van de horecafaciliteiten en de optie om met vides tussen de etages de hoogbouw een opener karakter te geven en daarmee onderlinge samenwerking te verbeteren. Transparantie komt dan niet alleen tot uiting in de gevel, maar ook in de structuur van het gebouw.

Timeline

  • 2015
    Sloop en nieuwbouw als een van de scenario’s voor de toekomst van de EWI-hoogbouw.

  • 2018
    Vernieuwde campusstrategie van TU Delft. De hoogbouw zal voorlopig niet afgestoten worden.

  • 2020
    Verbouwing van de eerste zes etages. Deze aanpak blijkt zeer succesvol.

  • 2021

    • Besluit om in stappen ook de andere etages aan te passen en een totaal renovatieplan uit te werken. EWI wordt duurzaam gerenoveerd. Studie naar kansen voor circulariteit en duurzaamheid.
    • Duurzame verbouwing 15 etages, brandveiligheid op orde in de hele hoogbouw. Ingebruikname in fasen.
  • 2022
    Oplevering van de vernieuwde verdiepingen in de hoogbouw.

  • 2022/2023
    Geplande vernieuwingen van de centrale installaties.