Microscopie is onlosmakelijk verbonden met Delft dankzij Antonie van Leeuwenhoek, die in de 17e eeuw als eerste met zijn zelfgebouwde microscopen cellen en microbiologische structuren ontdekte. Een traditie die microscopenbouwer Delmic sinds 2010 voortzet met vernieuwende microscooptechnologie. Dat vertelt Jacob Hoogenboom van de TU Delft, die al vroeg betrokken was bij dit innovatieve bedrijf en vanuit de TU Delft nog steeds nauw samenwerkt met Delmic.

Hoogenboom, Associate Professor bij de faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW), beschrijft dat Nederland een goede reputatie heeft in microscopie, maar dat zich dat tot tien jaar geleden nauwelijks vertaalde in nieuwe bedrijvigheid of commerciële activiteiten. In Eindhoven bevindt zich Thermo Fisher, een wereldleider in de elektronenmicroscopie en van oudsher een bedrijf met sterke banden met Delft, maar zo’n grote partij ziet vaak commercieel geen brood in vernieuwende, nog kleinschalige producten. Zo ontstaat in 2010 het idee om Delmic op te richten en niches binnen de microscopie te gaan bedienen. Het eerste product is een combinatie van een elektronenmicroscoop en een fluorescentiemicroscoop. Hoogenboom legt het verschil uit: ‘een elektronenmicroscoop heeft een veel hogere resolutie dan een gewone lichtmicroscoop. Maar een fluorescentie lichtmicroscoop is ideaal voor biologisch en medisch onderzoek, doordat je fluorescerende kleurstoffen gebruikt die je aan specifieke eiwitten kunt plakken en dan kunt laten oplichten door een specifieke vorm van belichting. Met de combinatie van die twee kan je dus op bijzonder hoge resolutie naar bijvoorbeeld weefsels kijken en tegelijkertijd eiwitten of hormonen zichtbaar maken.’

Geringe slagingskansen

De markt voor dit soort microscopen is klein en bestaat hoofdzakelijk uit universiteiten en academische ziekenhuizen. Ook de TU Delft was niet meteen overtuigd dat er een afzetmarkt zou zijn, legt Hoogenboom uit. ‘Omdat de TU Delft aanvankelijk ook sceptisch was, hebben we Delmic zelf opgericht. Na overname van een eerste patentaanvraag volgde steun van de NWO en zijn we voorzichtig begonnen het bedrijf uit te bouwen.’ Hoogenboom ziet veel verschil met die periode en het ondernemersklimaat rond de TU Delft nu: ‘het Valorisation Centre was toen net begonnen . De procedures rondom IP en het stimuleren van ondernemerschap stonden nog in de kinderschoenen. Hoe een universiteit precies bedrijvigheid kan stimuleren kan een complex vraagstuk zijn. Je wilt als universiteit niet in de weg staan, maar ook niet al je ‘recepten’ zomaar prijsgeven. Nu is dat allemaal wat beter geregeld.’

‘We gaan het gewoon doen’

Delmic begon binnen de faculteitsmuren van TNW maar al snel werd het tijd voor eigen kantoorruimte. Dat begon bij incubator YES!Delft. Hoogenboom: ‘het was ideaal om daar een poosje kantoor te kunnen houden. Je voelt er de bedrijvigheid en er hangt echt een sfeer van ‘we gaan het gewoon doen’. Het ondernemerschap klotst er door de gangen. En er zit ongelofelijk veel kennis en advieskracht in dat gebouw waar je als startend bedrijf veel aan hebt.’ De achtergrond van andere ondernemers bij YES!Delft kwam voor Hoogenboom als een verrassing: ‘ik ging er van uit dat er veel door wetenschappelijk onderzoek gedreven bedrijven zouden zitten. Maar in de praktijk bleken er ook ontzettend veel studenten rond te lopen die op basis van eigen ideeën zijn gaan ondernemen – heel mooi om te zien.’

Symbiose tussen start-up en universiteit

Delmic is inmiddels doorgegroeid richting MKB, staat nog steeds nadrukkelijk met twee voeten in het Delftse ecosysteem van innovatieve bedrijven en houdt inmiddels kantoor in een statig pand naast de campus van de TU Delft. Delft Enterprises is betrokken als aandeelhouder en het is bij het bedrijf een komen en gaan van Delftse studenten voor stages en onderzoek. Dat zijn ook niet enkel TNW-studenten, legt Hoogenboom uit: ‘natuurlijk zijn lopen er studenten nanobiologie (een studie binnen TNW) rond, maar ook studenten werktuigbouwkunde weten de weg naar Delmic te vinden. Nog los van de vele alumni en oud-promovendi die er inmiddels werken.’

Tweerichtingsverkeer

Van meet af aan hebben de twee partijen veel aan elkaar gehad, schetst Hoogenboom. ‘Toen Delmic begon, konden zij gebruik maken van onze faciliteiten waar een gewone start-up normaliter geen beschikking over heeft. Delmic op haar beurt heeft het prototype wat in ons lab staat, zo sterk verbeterd dat wij er nu veel makkelijker mee kunnen werken en er veel meer mee kunnen doen. De lijntjes zijn tot de dag van vandaag kort en daar hebben we als universiteit zeker profijt van. Het werkt echt beide kanten op. Uit ons onderzoek rollen nieuwe inzichten voor een business developer als Delmic. Als wij vragen hebben of nieuwe wensen qua functionaliteit, kunnen we makkelijk met de software engineers van Delmic schakelen. Daar zit echt een grote win-win.’

Inmiddels werkt Delmic samen met meerdere (technische) universiteiten. ‘Sommige techniek doorontwikkelen is zo duur en kostbaar, dat noch de universiteit, noch Delmic dit kunnen opbrengen. Hoogenboom: ‘simpelweg te risicovol. Maar door samen te werken met andere academische partners, kan het wel. Een voorbeeld is cryogene microscopie – cryo-EM. Bij dit type microscopie worden biologische monsters tot extreem lage temperaturen gekoeld waardoor moleculen bijzonder gedetailleerd in beeld komen. Nieuwe cutting-edge technologie, maar ook zeldzaam duur om te ontwikkelen.’ Door de handen ineen te slaan met universiteiten uit onder andere Australië, de Verenige Staten en Duitsland is het haalbaar geworden voor Delmic om dit type microscoop verder uit te werken. ‘Hier heeft Delmic door nauwe samenwerking met de TU Delft en deze andere universiteiten een revolutionair nieuw product kunnen ontwikkelen waarbij één van deze eerste microscopen binnenkort bij de TU Delft staat.’

Blik op de toekomst: cryogene microscopie en FAST-EM

Voor de nabije toekomst zet Delmic in op twee nieuwe systemen, cryogene microscopie en FAST-EM: een nieuwe methode om grote hoeveelheden complexe weefsels te scannen. Dat is interessant voor medische specialisten zoals pathologen, die grote hoeveelheden data moeten bekijken. Handwerk voor operators achter de microscoop kan zo geautomatiseerd en online gedeeld met specialisten. Beide producten hebben een duidelijke afgebakende doelgroep van gebruikers iets nieuws te bieden. Hoogenboom: ‘dat was vroeger echt anders. Toen bedacht een techneut iets heel slims, meldde zich bij een gebruiker, die vervolgens maar moest kijken of hij er iets mee kon. Preparaten voorbereiden voor microscopie is complex werk. Tools moeten passen, systemen moeten met elkaar praten en geschikt zijn voor die heel specifieke preparaten. Door met al deze partijen samen te werken, kunnen we daar veel beter op letten dan vroeger. Door binnen de TU Delft met producten van Delmic te werken en met preparaten en onderzoeksvragen van biologen en medici, krijgen we ook weer ideeën over nieuwe features voor doorontwikkeling. Dat is heel waardevol voor alle partijen.’